HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘interest’ voor het eerst aangetroffen in 1230
- op geregelde tijden te betalen geldbedrag voor het vruchtgebruik van een geleende som geld
“Hypotheekschulden slokken vaak meer dan een derde van onze inkomsten op en we moeten blijven werken om de banken de schuld plus rente terug te betalen.”
“De theorie is: hoe hoger de rente, hoe lager de inflatie. Bij een hoge rente verdienen mensen meer aan hun spaargeld, waardoor ze het langer laten staan. Daarnaast wordt lenen fors duurder. Die twee f”
- periodieke geldelijke opbrengst (-> lijfrente)
- form-ofaanvoegende wijs van renten
Vormenrentes(plural) · renten(plural) · rentetje(diminutive, singular) · rentetjes(diminutive, plural)