/ri'jɑnt/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aantrekkelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1858
- groot en daardoor aantrekkelijk
“Hij zal het nooit met zoveel woorden zeggen - daarvoor is de ex-aanvaller van Club Brugge en Anderlecht te slim - maar het zal gevoeld hebben als zoete wraak. Of hoe moet een spits zich voelen wiens v”
“De Schotse Donna Pirie (54) heeft een ongewone manier om haar huis van 1,7 miljoen pond te verkopen. Wie een kruiswoordraadsel oplost en 25 pond (bijna 28 euro) betaalt, maakt kans op haar zes kamers ”
Vormenrianter(uninflected, comparative) · riantst(uninflected, superlative) · riante(inflected, positive) · riantere(inflected, comparative) · riantste(inflected, superlative) · riants(partitive, positive) · rianters(partitive, comparative)