rust
HerkomstIn de betekenis van ‘metaaluitslag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
- masculine, neuterof een rood- of bruingele bedekking aan de oppervlakte van ijzer die ontstaat door aantasting door de zuurstof van de lucht
“Hij was de roest aan het wegpoetsen toen ik thuiskwam.”
- masculinebenaming voor schimmels uit de klasse Pucciniomycetes
“Roesten veroorzaken ziekten bij planten; deze schimmels tasten het blad aan en komen onder andere voor op granen, gras en prei.”
- masculineeen roestkleur
“Deze vogel heeft te veel roest op de vleugels.”
- masculineeen rustplek voor hoenders, een kippenhok
“De hoenders gingen op den roest.”
- masculinehet nachtleger van vliegend wild, met name van kraaiachtigen
“Er zijn een aantal roesten in deze streek, waar je roeken kunt aantreffen.”
- masculineuitwerpselen van met name patrijzen bij hoopjes, bij de gulplaats
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van roesten
- form-ofgebiedende wijs van roesten
- form-oftweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roezen
- form-ofderde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roezen
- form-of, obsoletegebiedende wijs meervoud van roezen
Vormenroesten(singular) · roestje(diminutive) · roestjes(diminutive, singular)