ˈrotɔr
Originleenwoord uit het modern Latijn afgeleid van rotare "draaien" met het achtervoegsel -tor
** in betekenis "draaiend onderdeel" aangetroffen vanaf 1901;
** in de betekenis van "schroef" aangetroffen vanaf 1907
** in betekenis "schoepenwiel" aangetroffen vanaf 1906
- draaiend anker in een elektromotor of dynamo
- horizontale schroef van een helikopter
- aandrijfmechanisme voor schepen, bestaande uit een verticale, draaiende cilinder die door de werking van de winddruk stuwkracht oplevert
- schoepenwiel van een turbine
Formsrotoren(plural) · rotors(plural)