“Ruikt!”
“'Waarom gil je dat zo hard? En wat ik helemaal niet snap: hoe weet jij dat? Hoe weet een meisje van veertien hoe zaad ruikt?' 'Dat weet ik helemaal niet!' 'En als je zoiets verdomme al zou weten, dan ”
“Zacht fluistert hij mijn naam, zijn adem ruikt naar een mengeling van knoflook en garnalen.”