saˈlɔn
HerkomstLeenwoord uit het Frans, verder te herleiden tot het Italiaanse salone. In de betekenis van ‘ontvangkamer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1863
- meestal wat chiquere woonkamer
“In de salon keken we televisie.”
“Ik stond in de salon en poetste aan het chroomwerk en de flesjes.”
“Het dienstmeisje gaf me een paar pantoffels toen ik mijn schoenen had uitgetrokken en bracht me naar de salon, want nu heette het salon en niet woonkamer.”
- bankstel
- georganiseerde bijeenkomst of grote beurs 4
“In de paleizen van het tentoonstellingspark «HEIZEL» wordt het 62ste Internationaal Salon voor auto's, moto's en fietsen geopend.”
- kunstzinnige en/of filosofische bijeenkomst van geletterden, vaak bij iemand thuis gehouden; met name populair in Frankrijk in de 17e-18 eeuw
“Vincent Voiture, in zijn gedichten en brieven, was de eerste in de salon van Madame de Rambouillet [om] zijn kwaliteiten van geest en moed in praktijk te brengen.”
“In de literaire salon van Madame Geoffrin, zelf de ongeletterde dochter van een Iakei, ontmoette Stanislaw Montesquieu.”
Vormensalons(plural) · salonnetje(diminutive, singular) · salonnetjes(diminutive, plural)