seˈdɑn
Herkomstvan Amerikaans Engels sedan, in de betekenis "personenauto" in het Nederlands aangetroffen vanaf 1916 in advertenties
- type personenauto met minstens 4 zitplaatsen, een ruime kofferbak aan de achterkant en een dak dat voor, midden en achter met verbindingsstijlen aan de rest van de carrosserie vast zit Hoewel een sedan traditioneel 4 deuren heeft, zijn er ook modellen met 2 deuren.
“Ik was helemaal niet met een goederentrein meegekomen. Ik zat namelijk in een vierdeurs sedan, een Impala uit '57, en was vanuit de Midwest het land door gereden - zo uit Chicago, waaruit ik hem zo sn”
“Wij vinden den "Dixie Flyer" hier met de carrosserie Sedan in den prijs van ƒ8750, een conduite interieure met electrische verlichting, zelfstarter, verstelbare centrale verwarming, beschutte voorruit”
Vormensedans(plural)