ˈseri
Originvan Frans , in de betekenis van ‘reeks’ voor het eerst aangetroffen in 1885
- delen van een geheel in een bepaalde volgorde
“Er wordt weer een serie kinderpostzegels uitgegeven.”
- aantal gelijkvormige zaken
“Uit een van de koffers die nog onuitgepakt in een hoek stonden haalde ik een exemplaar van de eerste serie. 1968. Mijn vader had met dit ontwerp het hele Midden-Oosten plat gekregen. Mijn moeder eigen”
“Elke keer als ik in een dorpje aankwam en de nieuwe donaties zag binnenkomen maakte ik weer een hele serie.”
Formsseries(plural) · seriën(plural) · serietje(diminutive, singular) · serietjes(diminutive, plural)