HerkomstLeenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘hoofd (bv. van bedoeïenenstam)’ voor het eerst aangetroffen in 1847
- Arabisch koning, vorst, hoofdman of stamopperhoofd
“In dit hotel logeerde al een hele tijd een rijke sjeik.”
- iemand met veel aanzien in de islamitische wereld zowel op geestelijk als wereldlijk gebied
“De sjeik had veel bedienden.”
Vormensjeiks(plural)