smus
HerkomstLeenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘uitvlucht’ voor het eerst aangetroffen in 1901
- praatje, uitvlucht, verzinsel als uitvlucht, voorwendsel
- turfkluit
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smoezen
- form-ofgebiedende wijs van smoezen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smoezen
Vormensmoezen(plural) · smoesje(diminutive, singular) · smoesjes(diminutive, plural)