/sner/
OriginLeenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘honende opmerking’ voor het eerst aangetroffen in 1847
- een minachtende of vernederende opmerking
“Hij kreeg een sneer omdat hij het niet goed gedaan had.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sneren
- form-ofgebiedende wijs van sneren
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sneren
Formssneren, sneers(plural) · sneertje(diminutive, singular) · sneertjes(diminutive, plural)