ˈsufi
HerkomstLeenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘beoefenaar van de islamitische mystiek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886
- aanhanger van het soefisme, oorspronkelijk herkenbaar aan wollen kleding (sūf (صوف) = ‘wol’) en een ascetische en meditatieve levenswijze
Vormensoefi's(plural)