/ˈsɔːrt/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘categorie, kwaliteit’ voor het eerst aangetroffen in 1350
- neuter: een groep voorwerpen of andere entiteiten die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en zich daarin onderscheidt van overeenkomstige groepen
“Heeft u nog meer van dit soort verloopstukken?”
“Een stichting is een soort rechtspersoon.”
“Omdat daar veel water stroomt ontstaat er een soort geul en is het er op die plek dus ook dieper.”
- feminine, masculine/: een groep levende wezens die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en zich onderling voort kan planten, onderdeel van een geslacht
“Die soort komt alleen in het zuiden van Spanje voor.”
Vormensoorten(plural) · soortje(diminutive, singular) · soortjes(diminutive, plural)