spiˈjɔn
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verspieder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1653
- persoon die vertrouwelijke informatie vergaart in een ander land in opdracht van zijn/haar regering
- iets dat vertrouwelijke informatie vergaart in opdracht van overheden en bedrijven
“Je smartphone en computer zijn al oneindig veel betere persoonlijke spionnen dan waarvan de Stasi ooit had durven dromen”
Vormenspionnen(plural) · spionnetje(diminutive, singular) · spionnetjes(diminutive, plural)