spɔns
Herkomstvia Middelnederlands sponge van Oudfrans esponge, in de betekenis van ‘zwam’ aangetroffen vanaf 1285
- dier behorend tot de stam Porifera (sponsdieren), sedentaire, primitieve meercellige dieren die zich vastzetten op de bodem van (meestal) zeeën en oceanen tot op 8,5 kilometer diepte
- zacht en buigzaam opgedoken skelet van 1 dat als hulpmiddel bij het schoonmaken gebruikt wordt omdat het een grote hoeveelheid water in zijn poriën kan opnemen
“Als ze de stammen te veel verwarmden, zodat er kokend sap en hars naar buiten begon te dringen, werden de houtvezels te zacht en konden ze de bouten niet meer vastzetten, het was alsof je schroeven in”
- van kunststof vervaardigd hulpmiddel bij het schoonmaken dat de eigenschappen van 2 nabootst
- figurativelyiets of iemand die veel in zich kan opzuigen
“Deze verhalen nam ik als een spons in me op en ik hoopte mijn leven thuis ook enigszins anders in te gaan richten.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponsen
- form-ofgebiedende wijs van sponsen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponsen
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponzen
- form-ofgebiedende wijs van sponzen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponzen
Vormensponsen(plural) · sponzen(plural) · sponsje(diminutive, singular) · sponsjes(diminutive, plural)