spor
OriginIn de betekenis van ‘voetindruk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
- twee met elkaar verbonden ijzeren staven waarover een trein of tram rijdt
“Het station wordt compleet vernieuwd: er komt een voetgangerstunnel, er worden sporen vernieuwd en verlegd en het busstation wordt verplaatst. Volgens ProRail kunnen reizigers daardoor straks sneller ”
- spoorwegmaatschappij
“Het is een mooie dag om met het spoor naar Zandvoort te gaan.”
- vooraf gemaakte doorgang door een verder ongebaand terrein (ook fig.)
“Ik was blij dat ik ook mijn ijsbijl bij me had waarmee ik me, indien nodig, kon zekeren en een nieuw spoor door de sneeuw kon maken.”
- afdruk; teken dat iemand ergens is of is geweest
“In de sneeuw waren de sporen te zien van enige konijnen.”
“Wanneer ik beneden kom, is er nog steeds geen spoor van Gijs.”
“Het zal u zijn opgevallen dat het hotel hier en daar sporen vertoont van achterstallig onderhoud. We hebben nu eenmaal niet zoveel gasten meer als vroeger. Ook daaraan wil meneer Wang iets doen. Hij s”
- deel van een magneetband waarop de informatie van één kanaal is vastgelegd
- afstand tussen twee op dezelfde as staande wielen
- feminine, masculinevoortplantingsorgaan bij schimmels en bacteriën, spore
- feminine, masculinehol uitsteeksel aan de voet van een kelkblad, kroonblad of vergroeide kroon
- feminine, masculinemetalen punt of getand wieltje aan de hiel van de rijlaars
“Hij gaf het paard de sporen.”
- feminine, masculinedoornachtige uitsteeksel aan de poten van mannelijke, hoenderachtige vogels
“Deze haan heeft gevaarlijke sporen.”
- figurativelyeen zeer kleine hoeveelheid van iets, of een vage aanwijzing dat ergens sprake van is
“Aantijgingen zonder ook maar een spoor van bewijs.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sporen
- form-ofgebiedende wijs van sporen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sporen
Formssporen(plural) · spoortje(diminutive, singular) · spoortjes(diminutive, plural)