/staf/
OriginIn de betekenis van ‘stang’ voor het eerst aangetroffen in 1599
- een massieve langwerpige min of meer cilindervormige stang of balk
“Hij sloeg de vrouw met een staaf.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staven
- form-ofgebiedende wijs van staven
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staven
Formsstaven(plural) · staafje(diminutive, singular) · staafjes(diminutive, plural)