HerkomstIn de betekenis van ‘stengel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1344
- staaf- of buisvormig handvat, bijv. bij gereedschappen
“De borstel heeft een ijzeren steel.”
“De steel van de pijp.”
- deel van een plant waarmee een bloem of vrucht aan de stengel vastzit, bladsteel
“Pak de bloem bij de steel.”
- figurativelyverbindingsstuk als zodanig, bijv. in de anatomie
“De hypofyse zit vast aan de hypofyse-steel.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stelen
- form-ofgebiedende wijs van stelen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stelen
Vormenstelen(plural) · steeltje(diminutive, singular) · steeltjes(diminutive, plural)