/stɛlt/
OriginIn de betekenis van ‘loopstok’ voor het eerst aangetroffen in 1276
- lange stok met voetsteun waarmee je op grotere hoogte kunt lopen.
“Tijdens folkloristische optochten lopen soms verklede mensen op stelten mee.”
- form-oftweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
- form-ofderde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
- form-of, obsoletegebiedende wijs meervoud van stellen
Formsstelten(plural) · steltje(diminutive, singular) · steltjes(diminutive, plural)