/stɛrk/
OriginIn de betekenis van ‘krachtig’ voor het eerst aangetroffen in 901
- beschikkend over kracht of vaardigheid
“Het was een sterke kerel die de biels optilde.”
“Veel sterker dan op de Autoroute ervaar je hoe het landschap langzaam van kleur verschiet, van het sappige groen van de Bourgogne naar het azuurblauw van de Méditerranée, via het droge geel van de Pro”
“Cuben fiber is een superlicht maar sterk materiaal, afkomstig uit de zeilwereld.”
- een grote concentratie van iets bevattend
“Een sterke oplossing.”
“Van een sterke drank wordt je snel dronken.”
- figurativelyzo opvallend dat het aan het ongelooflijke grenst
“Want hi was een philosophe groot, /Ende seide, dat naer dese doot /Ne ghene verrisenesse en ware. /Macharis hadde sijn proeven ommare /Ende sine staerke philosophie: /- ‘Com hare,’ sprac hi, ‘ende lij”
“Dat is een sterk verhaal.”
- innig, hecht
“Dat zegt ook kennisinstituut Deltares, dat in Nederland een grote rol heeft in het onderzoek naar de bodem en water. "Deltares heeft een sterke relatie met de VU. We delen kennis, studenten studeren b”
- in sterke mate
“Dat is sterk overdreven!”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sterken
- form-ofgebiedende wijs van sterken
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sterken
Formssterker(uninflected, comparative) · sterkst(uninflected, superlative) · sterke(inflected, positive) · sterkere(inflected, comparative) · sterkste(inflected, superlative) · sterks(partitive, positive) · sterkers(partitive, comparative)