stør
Origin[1] erfwoord via Middelnederlands stuere van Oudnederlands sturo, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen rond 850
- bepaald soort anadrome vis, Acipenser sturio, die een lengte van 6 meter en een gewicht van 400 kg kan bereiken
“Het kuit van de steur, kaviaar genoemd, is erg gewild.”
- iemand die als verlaten Indo-Europees kind opgroeit of is opgegroeid in een opvangtehuis van Pa van der Steur
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van steuren
- form-ofgebiedende wijs van steuren
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van steuren
Formssteuren(plural) · steurtje(diminutive, singular) · steurtjes(diminutive, plural)
Source: Wiktionary — CC BY-SA 4.0