HerkomstLeenwoord uit het Engels.
- staafvormig voorwerp
- een slaghout bij (ijs)hockey, een hockeystick
“Bij hockey wordt gebruik gemaakt van sticks.”
- idem gebruikt bij golf, een golfclub
- een USB-stick of memorystick
“Geef me je stickje maar even, dan kan ik de bestanden kopiëren.”
- een wietstick of joint (meestal stickie genoemd)
Vormensticks(plural) · stickje(diminutive, singular) · stickjes(diminutive, plural)