stɪft
OriginLeenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘staafje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
- klooster, sticht
- pen, pin
- viltstift
- vulling voor een vulpotlood of ballpoint
- schot waarbij de bal een hoge boog beschrijft
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van stiften
- form-ofgebiedende wijs van stiften
Formsstiften(plural) · stiftje(diminutive, singular) · stiftjes(diminutive, plural)