stɪpt
HerkomstIn de betekenis van ‘nauwgezet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1704
- precies op tijd komend
“Het is vreemd dat hij er niet is, want hij is altijd zo stipt.”
- nauwgezet.
“Stipte naleving hiervan is vereist.”
- met grote precisie
“Deze aanwijzingen moeten stipt opgevolgd worden voor het beste resultaat.”
“Op de dag dat de vergunningen verstrekt werden zat ik stipt om middernacht klaar met drie computers binnen handbereik om er zeker van te zijn een startbewijs te bemachtigen.”
- form-oftweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stippen
- form-ofderde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stippen
- form-of, obsoletegebiedende wijs meervoud van stippen
Vormenstipter(uninflected, comparative) · stiptst(uninflected, superlative) · stipte(inflected, positive) · stiptere(inflected, comparative) · stiptste(inflected, superlative) · stipts(partitive, positive) · stipters(partitive, comparative)