stur
HerkomstIn de betekenis van ‘potig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1767
- indruk makend
“Hij heeft een stoere zonnebril gekocht.”
- indruk maken door sterk te zijn of sterk proberen te zijn
“Die stoere kerels hebben eigenlijk maar een klein hartje.”
“De minister sloeg stoere taal uit.”
“Na een gigantische knal vlak boven ons hoofd stonden de stoere jonge gasten binnen tien seconden ook binnen.”
Vormenstoerder(uninflected, comparative) · stoerst(uninflected, superlative) · stoere(inflected, positive) · stoerdere(inflected, comparative) · stoerste(inflected, superlative) · stoers(partitive, positive) · stoerders(partitive, comparative)