stɔmp
HerkomstIn de betekenis van ‘niet scherp’ voor het eerst aangetroffen in 1400
- een ingekort vormeloos uitsteeksel
“Er bleef na de amputatie niet meer dan een stompje van zijn vinger over .”
- een pijnlijke stoot met de gebalde vuist
“Je zou hem een stomp geven!”
- iets dat zijn scherpte verloren heeft
“Met zo'n stomp potlood kun je toch niet tekenen!”
- groter dan 90 graden
“Dit is een stompe hoek.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stompen
- form-ofgebiedende wijs van stompen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stompen
Vormenstompen(plural) · stompje(diminutive, singular) · stompjes(diminutive, plural)