OriginIn de betekenis van ‘voetwarmer’ voor het eerst aangetroffen in 1300
- toestel waarin een vuur brandt om een ruimte te verwarmen
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoven
- form-ofgebiedende wijs van stoven
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoven
- form-ofenkelvoud verleden tijd van stuiven
“Ik stoof.”
“Jij stoof.”
“Hij, zij, het stoof.”
Formsstoven(plural) · stoofje(diminutive, singular) · stoofjes(diminutive, plural)