strɑf
HerkomstIn de betekenis van ‘stijf, krachtig’ voor het eerst aangetroffen in 1401. Het substantief met de betekenis "maatregel ter vergelding" dateert van ruim een eeuw later (ca. 1557). Waarschijnlijk is het substantief afgeleid van het gelijkluidende bijvoeglijk naamwoord, of van het werkwoord. Uiteindelijk waarschijnlijk ontleend aan Middelhoogduits strafe.
- onprettige maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtreding
“Gelukkig werd er alleen wiet gevonden, dat wel geconfisqueerd werd maar waar verder geen straffen voor werden uitgedeeld.”
- figurativelyeen vervelende ervaring in het algemeen
“Het moest geen straf zijn om zuinig te leven, maar juist een leuke ervaring.”
- onbuigzaam, star
- streng, strikt, weinig vrijheid toelatend
- krachtig, sterk 1
- sterk 3, weinig geloofwaardig
- strak
- geconcentreerd, onafgewend
“Iemand straf aankijken.”
- bars, grof 5, ruw 2
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van straffen
- form-ofgebiedende wijs van straffen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van straffen
Vormenstraffen(plural) · strafje(diminutive, singular) · strafjes(diminutive, plural)