taˈbu
HerkomstLeenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘verboden, verbod’ voor het eerst aangetroffen in 1847
- een binnen de heersende cultuur algemeen aanvaard moreel verbod; iets dat onbespreekbaar of ondenkbaar is
“Daar rust een zwaar taboe op.”
“Onderzoek doen naar individuele, aangeboren ‘afwijkingen’ was eind jaren zeventig van de twintigste eeuw zo goed als taboe”
- ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken
Vormentaboes(plural) · taboetje(diminutive, singular) · taboetjes(diminutive, plural)