ˈtepə(n)
Herkomstvan Engels tape ww ; op te vatten als afgeleid van tape zn met het achtervoegsel -en
- transitiveter ondersteuning en bescherming omwikkelen met sporttape
“Het tapen van handen en armen helpt niet omdat renners de handen stevig rond het stuur moeten klemmen tegen de schokken.”
- transitivemet breed plakband vastmaken of sluiten
“We plakken de onderkant dicht. En daarna de zijkanten. En daarna tapen we van binnen naar buiten meerdere lagen kleefband om het zakje, dat er uiteindelijk niet meer als zodanig uitziet.”
- transitivevastleggen op film of magneetband
“(…) bovendien nam ik talloze vergeten filmprogramma’s op, zoals de onder cinefielen zeer gewaardeerde inleidingen van Alex Cox en Mark Cousins op (cult)films. En daar zijn herinneringen aan verbonden:”
Vormentapete(past) · getapet(past, participle) · te tapen(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen tapen(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen tapen(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben getapet(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben getapet(active, infinitive, perfect, present, long-form) · getapet zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · getapet te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · tapend(imperfect, participle) · ev.
tape(imperative) · tape(subjunctive) · tape(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · tapet(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · tapet(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · tapete(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · tapete(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · tapete(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · tapeten(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · tapeten(indicative, imperfect, past, plural, second-person)