/ˈteː.nə(n)/
- van teen (twijgen) vervaardigd
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord teen
“Ze sluit de deur, loopt op haar tenen naar beneden en sluipt door de pronkkeuken in de richting van het geluid.”
“Haar hoofd zakt opzij en ze ziet de vijf witte tenen van Johannes' voet.”
Vormen(alleen(uninflected, positive) · attributief)(uninflected, positive)