ˈtitɑn
Herkomstvan Latijn Titan, in de betekenis van ‘reus’ aangetroffen vanaf 1626
- lid van een geslacht van reuzen uit de Griekse mythologie dat de strijd met de goden aanbond, doch verloor
“Prometheus was de zoon van de titan Japetus.”
- figurativelyeen van de veruit sterksten of invloedrijksten op een bepaald gebied
“Potgieter kreeg al dadelijk een sterke indruk van de beroemde Leidse student, die met zijn slordig uiterlijk en gebrek aan ‘wereld’ een titan van de geest was; van zijn afkeer van aanmatiging, zijn om”
- de grootste maan van de planeet Saturnus.
“' Dat Titan er zo vertrouwd uitziet, vindt hij nog het meest verrassend.”
“Dragonfly zou in 2028 gelanceerd kunnen worden en dan in 2035 bij Titan moeten aankomen _ 2006 Stemming moet uitsluitsel geven over planeetstatus Pluto Aangifte heeft hij nooit gedaan, en de bewuste e-”
Vormentitanen(plural) · titans(plural) · titaantje(diminutive, singular) · titaantjes(diminutive, plural)