tost
HerkomstVan Engels toast zn
**[3] In de betekenis van ‘heildronk’ voor het eerst aangetroffen in 1807
- geroosterd brood
“Rooster de boterhammen. Besmeer de toast met mosterdmayonaise, leg er plakken tomaat op en op elk stuk toast 2 ansjovisfilets.”
“Hooguit wijk je dan in het weekeinde eens uit naar een croissantje of naar roereieren op toast.”
“Misschien niet bij het ontbijt maar als de toast bij de lunch verschijnt een toost uitbrengen met een niet al te kostbare champagne, een gastroveelzijdige brut-editie.”
- geroosterd sneetje van het bij 1 genoemde brood
“Ik heb ooit tijdens een ontbijt eens een beschimmelde toast gekregen én een vervallen potje yoghurt.”
- form-ofverouderde spelling of vorm van toost in de betekenis "heildronk" tot 2006
“Haar butler James neemt hun plaatsen in, en ledigt ook hun glazen bij elke toast die ze op haar uitbrengen.”
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van toasten
- form-ofgebiedende wijs van toasten
“Toast de sneetjes brood in een broodrooster krokant.”
Vormentoasts(plural) · toastje(diminutive, singular) · toastjes(diminutive, plural)