ˈtɔrso
HerkomstLeenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘romp’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
- vaak klassiek beeld van een lichaam met alleen aanzetten van armen en benen en zonder hoofd
“De torso van Belvédère kon in zijn fragmentarische volmaaktheid zelfs figureren in allegorieën van de Schone Kunsten als ‘de Sculptuur’.”
- beeld van een persoon met alleen het bovenlijf, zonder ledematen, maar met hoofd
“Er was geen spoor van protserig koper, druk bespannen wanden of draperieën, al stond op een simpel tafeltje wel een bronzen torso van Bismarck.”
- lichaam afgezien van hoofd en ledematen, met de nadruk op het bovenste deel
“Hij gespt zijn riem los en trekt verscheidene overhemden en een hemd omhoog. Zijn buik en torso zijn getatoeëerd.”
- figurativelywerkstuk dat niet is afgemaakt
“En tenslotte is er het door Mozarts vroege einde torso gebleven Requiem.”
Vormentorso's(plural)