trɑns
- omgang op de top van een toren
“De boogschutters stonden gereed op de trans.”
- iemand met een geslachtelijke identiteit die verschilt van de biologische sekse bij geboorte
- aan de andere kant van het centrale atoom of de dubbele binding (binnen een molecuul)
“Deze dubbele binding is niet cis maar trans.”
- een geslachtelijke identiteit hebbend die verschilt van de biologische sekse bij geboorte
Vormentransen(plural) · transje(diminutive, singular) · transjes(diminutive, plural) · [C] trans(canonical)