HerkomstLeenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tendens’ voor het eerst aangetroffen in 1940
- richting waarin zich iets ontwikkelt
- nieuwe mode
“Wandelstokken? Inderdaad, ik was met de trend meegegaan en had een paar Leki Thermalite-wandelstokken aangeschaft. Deze deden ook dienst als tentpalen, twee vliegen in een klap dus. In totaal scheelde”
“De NOS, elke talkshow, elke krant heeft nu een gossiprubriek. Het gaat om mensen; daar zijn ze veel te laat achter gekomen. Het gaat erom de trends vóór te zijn. Op tv met TV Privé had ik al huwelijks”
Vormentrends(plural) · trendje(diminutive, singular) · trendjes(diminutive, plural)