/ˈtrijɑs/
OriginLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘groep van drie’ voor het eerst aangetroffen in 1832
- uit drie zelfstandige delen bestaand geheel
- geologisch tijdperk, eerste periode van het era mesozoïcum, van 252 tot 201 miljoen jaar geleden
- form-of, neuterverouderde spelling of vorm van trias tot 2006
Formstriaden(plural)