yˈnik, /y.ˈnik/, /y.ˈnik/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘enig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1553
- enige in zijn soort
“Het geluid van krassende nagels over een schoolbord roep een unieke emotie op bij mensen, zo melden Spaanse wetenschappers in een nieuwe studie.”
“Aan de sluiting van verzorgingshuizen worden twaalf regels besteed, maar daarin wordt het verdwijnen van deze voorziening uitsluitend beschreven als een (kwantitatief) verlies van woonplekken. Terwijl”
Vormenunieker(uninflected, comparative) · uniekst(uninflected, superlative) · unieke(inflected, positive) · uniekere(inflected, comparative) · uniekste(inflected, superlative) · unieks(partitive, positive) · uniekers(partitive, comparative)