/ ˈvadər /
HerkomstIn de betekenis van ‘verwekker’ voor het eerst aangetroffen in 776
- een mannelijke ouder
“Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.”
“Zijn moeder kreeg vlak na zijn geboorte multiple sclerose. Zijn vader, druk met de zorg voor zijn chronisch zieke echtgenote, keek nauwelijks om naar Harry. Als enig kind werd hij opgevoed door zijn o”
- een man binnen een gemeenschap wiens toewijding allen binnen die gemeenschap dient
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaderen
- form-ofgebiedende wijs van vaderen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vaderen
Vormenvaders(plural) · vadertje(diminutive, singular) · vadertjes(diminutive, plural)