ˈvariˌja
Herkomstalleen meervoud, van Latijn varia, zelfstandig gebruikt onzijdig meervoud: "verschillende zaken", in de betekenis van ‘mengelwerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
- verschillende zaken, verzamelterm voor ongelijksoortige dingen
“De bibliotheek wil het archief van de Rotterdamse Kring van Auteurs niet afstaan aan het Letterkundig Museum in Den Haag, want daar zou het gehele archief uit elkaar gehaald worden. Documenten van Bla”