ˈvedəl
Herkomstzn: via Middelnederlands vedele van middeleeuws Latijn vidula / vitula, in de betekenis van ‘middeleeuws strijkinstrument’ aangetroffen vanaf 1240; cognaat in Germaanse talen met Duits Fiedel, Engels fiddle "viool" en IJslands fiðla en in Romaanse talen met Frans vièle, verouderd Italiaans viuola en Spaans vihuela
- historicalmiddeleeuws strijkinstrument met 3-5 darmsnaren, een ovale of peervormige romp (of klankkast), o-vormige klankgaten en aparte hals die een bladvormige kop bezat met rechtopstaande stemschroeven
“De vedel is een voorloper van de huidige viool.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vedelen
- form-ofgebiedende wijs van vedelen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vedelen
Vormenvedels(plural) · vedelen(plural) · vedeltje(diminutive, singular) · vedeltjes(diminutive, plural)