ˈvidejo
Herkomstvan Engels video, dat naar het voorbeeld van audio is gevormd uit Latijn video "ik zie"
- techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezette beeldinformatie
“Je kan de presentaties door middel van video volgen.”
- videofilm of videoband
“Ik heb een video voor de kinderen meegenomen.”
“Je moet echt je video's over gaan zetten naar dvd, hoor!”
- videorecorder
“Wij hebben nog een ouderwetse video thuis.”
Vormenvideo's(plural) · videootje(diminutive, singular) · videootjes(diminutive, plural)