ˈvizi
OriginLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kijk’ voor het eerst aangetroffen in 1276
- de wijze waarop men zaken beoordeelt of beschouwt
“Maar het is vooral de culinaire visie van Boer die door Van de Laar wordt geroemd. "Hij wist heel veel over de natuur en dan kwam hij weer met een plant binnen die ik niet kende, en vertelde hij wat j”
“De jury, onder leiding van schrijver Nelleke Noordervliet, prijst het boek om zijn visie, gedegenheid en toegankelijkheid. "Ondanks de vele details en wetenswaardigheden verliest het het grote verhaal”
Formsvisies(plural)