Originafgeleid van voor met het achtervoegsel -ig
- degene die of datgene dat eerder een positie innam.
“Dat is toch vorig jaar gebeurd?”
“La Planche heeft niet de mythische uitstraling van de Mont Ventoux, de Tourmalet of de Alpe d’Huez, maar aan de reputatie wordt gewerkt. De vorige aankomsten waren vol betekenis.”
“Maar ik begrijp nu waarom de vorige eigenaar van ze af wilde, ze luisteren totaal niet, superkoppig, net ezels.”
Formsvorige(inflected, positive) · vorigs(partitive, positive)
Source: Wiktionary — CC BY-SA 4.0