vœyst
HerkomstIn de betekenis van ‘dichtgesloten hand’ voor het eerst aangetroffen in 1237
- gebalde hand, een knuist
“Hij gaf hem een klap met zijn vuist.”
“En dit ' Nella houdt de plattegrond van haar jeugd in haar vuist omhoog.”
“Langzaam, stilletjes, met de rol nog altijd in haar vuist, verwijdert ze zich van haar piepkleine ouders.”
- en zware hamer met een korte steel
“Met een koudbeitel en vuist werd de vastgeroeste moer er grofweg afgeslagen.”
Vormenvuisten(plural) · vuistje(diminutive, singular) · vuistjes(diminutive, plural)