OriginIn de betekenis van ‘door ondiep water gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1265
- door ondiep water lopen
“Je kunt hier gewoon naar de kant waden.”
“In werkelijkheid kunnen ze alleen maar wadend in de troebele poel hun dood tegemoet zijn gelopen - een nabij ravijn is nergens te bekennen.”
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord wade
Formswaadde(past) · gewaad(past, participle) · te waden(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen waden(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen waden(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben gewaad(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben gewaad(active, infinitive, perfect, present, long-form) · gewaad zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · gewaad te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · wadend(imperfect, participle) · ev.
waad(imperative) · wade(subjunctive) · waad(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · waadt(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · waadt(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · waadde(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · waadde(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · waadde(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · waadden(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · waadden(indicative, imperfect, past, plural, second-person)