Herkomsterfwoord verwant met Latijn volvere.
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord Waal
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord waal
- unergativerondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijn
“Verzochtheid heeft onze liefde geproefd in zoet en zuur, mijn gemoed waalde noch wanderde.”
- obsolete, unergativeopwellen, zich verspreiden, kenteren
“Alzoo 't getijde verlagh, dat reeds begon te waalen.”
Vormenwaalde(past) · gewaald(past, participle) · te walen(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen walen(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen walen(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben gewaald(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben gewaald(active, infinitive, perfect, present, long-form) · gewaald zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · gewaald te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · walend(imperfect, participle) · ev.
waal(imperative) · wale(subjunctive) · waal(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · waalt(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · waalt(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · waalde(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · waalde(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · waalde(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · waalden(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · waalden(indicative, imperfect, past, plural, second-person)