ˈwejɪx
Originafgeleid van wee bn met het achtervoegsel -ig, gespeld met een trema volgens spellingregel 7.A
- overmatig teerhartig
“Voor alle vrouwelijke fans en alle mannen die er zogenaamd niks van moeten hebben, maar de film toch glunderend uitzitten, is er dezer dagen maar één kwestie: wordt Bridget Jones's Baby, vanaf donderd”
- iets wat op een flauwe, misselijk makende manier, pijnlijk en onprettig is
“Collectiebeheerder Ronald de Ruiter van Naturalis is een van de mensen die zich de afgelopen dagen letterlijk op de potvis heeft gestort. "Het is ontzettend zwaar werk. Je moet er wel uithoudingsvermo”
“"Nachtenlang zat ik in de badkamer naast de wc, voor het geval ik moest overgeven. Later gebruikte ik bij elke kramp of weeïg gevoel zetpillen tegen misselijkheid. En als ik hoorde dat mensen ziek war”
Formsweeïger(uninflected, comparative) · weeïgst(uninflected, superlative) · weeïge(inflected, positive) · weeïgere(inflected, comparative) · weeïgste(inflected, superlative) · weeïgs(partitive, positive) · weeïgers(partitive, comparative)