wɔrst
HerkomstOntwikkeld uit Middelnederlands worst, waarschijnlijk ontleend aan Oudhoogduits wurst (mod. Duits Wurst), uitsluitend aangetroffen in het Duitse taalgebied en de aangrenzende taalgebieden (Nederlands, Nedersaksisch en Fries). In de betekenis van ‘met vleeswaar gevulde darm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240.
- een toegebonden eind darm of vlies dat gevuld is met vleeswaar
“Mag ik een blikje worstjes openmaken?”
Vormenworsten(plural) · worstje(diminutive, singular) · worstjes(diminutive, plural)