OriginNaamwoord van handeling van zagen met het achtervoegsel -er
- verzamelnaam voor een aantal soorten borstelwormen (Nereis virens, Eunereis longissima), die geliefd zijn als aas bij zeevissers
“Hij ging het wad op op zoek naar zagers.”
- iemand die al of niet voor den brode materialen in stukken zaagt
“We hebben nog een positie open voor een zager in ons bedrijf.”
Formszagers(plural) · zagertje(diminutive, singular) · zagertjes(diminutive, plural)